Veel gestelde vragen

1. Jaarlijks krijg ik in het najaar van mijn huisarts een griepvaccin. Ik ben nu in behandeling voor een longtumor en krijg chemotherapie. Mag ik gedurende mijn chemotherapie mijn jaarlijks griepvaccin krijgen?

Een griepvaccin kan  tijdens chemotherapie veilig gegeven worden. De efficiëntie kan wat lager zijn dan bij gezonde personen, maar het blijft een nuttige preventie. Het vaccin wordt best gegeven op een moment waar de witte bloedcellen het minst onderdrukt zijn.

2. Mag ik tijdens mijn chemotherapie deelnemen aan activiteiten waar veel mensen aanwezig zijn, bijv. bioscoop, festival, familiefeest...?

Je kan gerust deelnemen aan activiteiten waar veel mensen aanwezig zijn, INDIEN je op die momenten voldoende witte bloedcellen hebt. Chemotherapie vertraagt tijdelijk de aanmaak van witte bloedcellen en daardoor zijn er in het lichaam, tijdens bepaalde perioden in je behandeling, minder witte bloedcellen, wat een verminderde natuurlijke weerstand tegen infecties geeft. Voorkom op die momenten contact met grote groepen mensen. Wanneer de witte bloedcellen laag staan hangt af van het schema, maar een vuistregel voor driewekelijkse chemotherapie is dat je witte bloedcellen doorgaans op een normaal niveau staan de eerste 4 dagen na je chemotherapie en meestal terug vanaf dag 15 van de cyclus. Wanneer je een erg laag aantal witte bloedcellen hebt, mijd je best ook nauw contact met mensen die een infectie hebben (koorts, hoesten,…). 

Hoe weet je of  witte bloedcellen te laag staan?
Rekening houdend met het type chemotherapie en aan de hand van een bloedcontrole kan de arts je vertellen op welk tijdstip je best contact met grote groepen mensen mijdt.

3. Wat mag en moet je doen na een longoperatie en chemotherapie? Kan men volledig herstellen of blijf je constant met beperkingen ivm vermoeidheid en ademhalingsproblemen kampen?

Zes à acht weken na een combinatietherapie van een longoperatie met chemotherapie kan je veelal de meeste dagdagelijkse activiteiten  weer aan.  Veel hangt af van de aard  van de ingreep die je onderging  (volledige long weggenomen of een deel). Begin geleidelijk aan met het uitvoeren van je activiteiten en bouw langzaam op volgens je mogelijkheden.  Bouw voldoende rustpauzes in. Het is aan te raden om de eerste 6 à 8 weken na de operatie geen zware lasten te tillen of zwaar huishoudelijk werk te doen (ramen wassen, stofzuigen, tuinieren, …), of bepaalde sporten te beoefenen (duiken, skiën,…).
Vermoeidheid en kortademigheid kunnen zich inderdaad aanvankelijk nog voordoen en zullen geleidelijk aan verbeteren. Indien niet, of bij toename van vermoeidheid of kortademigheid, is bijkomend medisch nazicht vereist.  Wanneer je zal hersteld zijn en of je volledig zal herstellen hangt af van je leeftijd, de uitgevoerde ingreep, je herstel en je algemene conditie.
Jouw  arts  kan je een meer persoonlijk advies geven omtrent je (volledige) herstelkansen en mogelijkheden tot uitoefenen van fysieke activiteiten.

4. Ik hoor van anderen dat het abnormaal is dat ik van de chemotherapie bijna geen nevenwerkingen heb, en dat de behandeling dus wellicht niet werkt. Moet ik mij hierover ongerust maken?

Helemaal niet. Eén van de belangrijke vorderingen is juist dat deze behandeling nu gemiddeld genomen veel beter verdragen wordt, doordat er betere chemotherapie middelen zijn en betere medicamenten om nevenwerkingen tegen te gaan. Dit wil niet zeggen dat de behandeling niet zou werken. Heel wat patiënten bij wie de chemotherapie goed werkt, voelen zich langzaam beter en verdragen de behandeling dan juist goed.

 

5. Mijn tumor groeit opnieuw en volgens mijn arts heb ik opnieuw behandeling nodig. In het ziekenhuis waar ik behandeld wordt vraagt men me nu om deel te nemen aan een experimentele behandeling. Is zo'n behandeling even goed?

Een experimentele behandeling is een behandeling met een nieuw geneesmiddel, waarvan nog onvoldoende geweten is hoe goed dit geneesmiddel kan inwerken op uw longtumor. Het onderzoek van nieuwe geneesmiddelen leidt vaak tot een verbetering van de behandeling van longkanker. Daarvoor is een cascade van wetenschappelijk onderzoek nodig. Dit klinisch-wetenschappelijk onderzoek (of onderzoeksbehandeling), in het Engels vaak 'Clinical Trial' genoemd, verloopt in fasen.
Eerst ondergaan mogelijke nieuwe geneesmiddelen een grondige evaluatie met laboproeven en dierproeven (de ‘pre-klinische’ fase), vooraleer op mensen te worden uitgetest.
Wanneer na deze ‘preklinische’ fase blijkt dat een geneesmiddel kenmerken vertoont die mogelijks tot een verbetering van de bestaande behandeling van bepaalde tumoren kan leiden, gebeurt er ‘vroege fase’ onderzoek bij patiënten. Dit zijn in eerste tijd patiënten waarvoor geen klassieke behandelopties meer zijn, en waar een nieuw geneesmiddel een extra kans biedt.
In ‘latere fase’ onderzoek wordt een geneesmiddel waarvan de veiligheid en mogelijke efficiëntie reeds redelijk zijn aangetoond, toegevoegd aan of vergeleken met een gekende (of klassieke) behandeling. Hier wordt nagegaan of deze nieuwe behandeling inderdaad een stap vooruit is.
Elke behandeling die wordt aangeboden in het kader van wetenschappelijk onderzoek wordt steeds grondig besproken in de medisch-ethische commissie van het ziekenhuis, waar gekeken wordt of de belasting van de onderzoeksbehandeling opweegt tegen de te verwachten resultaten.
Wanneer je voldoet aan alle gestelde criteria, kan de behandelende arts je voorstellen deel te nemen aan een onderzoeksbehandeling. Dit voorstel wordt grondig met jou besproken. Je krijgt een uitgebreid informatiedocument om na te lezen. Pas wanneer je een uitdrukkelijke schriftelijke toestemming geeft, kan de onderzoeksbehandeling doorgaan. Deelname aan een wetenschappelijk onderzoek houdt altijd een voordeel in en is altijd op vrijwillige basis.

6. Mijn echtgenoot heeft een kleincellige longkanker. Hij werd vorig jaar behandeld met chemotherapie met baxters. Vijf maanden na zijn laatste behandeling is zijn longkanker terug gegroeid, zo zegt zijn longarts. Hij moet nu chemotherapie in pillen nemen (Hycamthin). Ik hoorde van iemand dat er nog een ander middel voor longkanker bestaat dat ook via pillen kan worden genomen, Tarceva. Zou mijn man ook met Tarceva kunnen behandeld worden?

Uw man wordt behandeld voor een bepaalde vorm van longkanker, van het “kleincellige type”. Deze vorm van longkanker komt voor bij ongeveer 10-15% van alle longkankerpatiënten. Daarnaast bestaat er een grotere groep van longkankerpatiënten die longkanker van het “niet-kleincellige type” vertonen.
Tarceva is een geneesmiddel dat enkel bij patiënten met het “niet-kleincellige” type longkanker kan worden gebruikt. Uw man zal dus geen behandeling met Tarceva toegediend krijgen. Best praat u hierover gerust ook nog eens in detail met zijn behandelende longarts.

7. Mijn arts zegt dat mijn longtumor uitgezaaid is naar het beenderstelsel. Heb ik dan ook botkanker?

Neen, ook hier is er een verschil.
Een longtumor die uitgezaaid is naar het bot, blijft een longkanker en wordt geen botkanker.

8. Uitzaaiingen in de long, is dit hetzelfde als longkanker?

Neen, er is een verschil. 
Longkanker is een gezwel dat echt in de long ontstaat en groeit.
Een uitzaaiing in de long daarentegen wordt veroorzaakt door kankercellen die losgekomen zijn van een tumor op een andere plaats in het lichaam (bijv. de borst), en die zich naar de long verspreid hebben. Een borstkanker die uitgezaaid is naar de longen, blijft dus een borstkanker.
Een tumor wordt altijd genoemd naar het lichaamsdeel waar hij ontstaan is. Een ander woord voor een uitzaaiing is een  metastase.

9. Bestaat er een verhoogd risico op het ontwikkelen van longkanker wanneer men op luchthavens frequenter zal gebruik beginnen maken van CT scans om passagiers door te lichten?

Neen, het risico op het ontwikkelen van kanker en meer bepaald longkanker als gevolg van het gebruik van de Total Body (of volledige lichaams) scanners op luchthavens is bijna volledig te verwaarlozen. De dosis straling die men op luchthavens gebruikt voor deze Total Body scan onderzoeken ligt heel wat lager dan de dosis straling die men nodig heeft voor het uitvoeren van het beter gekende en meer gebruikte diagnostisch CT scan onderzoek in het ziekenhuis. De dosis straling van één CT scan onderzoek in het ziekenhuis is gelijk aan de gezamenlijke dosis straling van ruim 200.000 Total Body scan onderzoeken op de luchthaven. Het risico op het ontwikkelen van kanker of longkanker als gevolg van blootstelling aan CT scan onderzoeken in het ziekenhuis wordt niet als hoog beschouwd, maar dient ook niet volledig te worden verwaarloosd. De dosissen straling die men op heden in het ziekenhuis gebruikt voor het uitvoeren van CT scan onderzoeken zijn zeker veilig genoeg voor de patiënt op voorwaarde dat men de strikte indicaties en methoden volgt die er bestaan voor het plannen en uitvoeren van deze CT scans.

10. Ik heb iets gehoord over vaccinaties bij longkanker. Hoe werkt dat?

Er is inderdaad heel wat onderzoek aan de gang naar de rol van therapeutische vaccinatie of immunotherapie. Het aantrekkelijke aan deze beloftevolle onderzoeksbehandeling is dat ze in vergelijking met bijv. chemotherapie heel weinig nevenwerkingen veroorzaakt. Dit onderzoek loopt in alle stadia van niet-kleincellig longcarcinoom, maar is meest belovend bij patiënten die een beperkte hoeveelheid resttumor kunnen hebben, bijv. na een operatie of na een radicale combinatie van chemotherapie en radiotherapie. Het is vooral daar dat immunotherapie – door uitroeien van achtergebleven kankercellen – de kans op langduriger ziekte controle of de kans op genezing zou kunnen verbeteren.

11. Mijn man krijgt chemotherapie, maar de dokters noemen het een palliatieve behandeling. Betekent dit dat hij terminaal is?

Er is heel wat verwarring rond de termen “palliatief” en “terminaal”. Men spreekt van een palliatieve behandeling als er geen genezing meer mogelijk is. Wel kunnen de artsen proberen de ziekte (tijdelijk) te stabiliseren of de groei van de tumor af te remmen, waardoor je langer kunt overleven met longkanker. Palliatieve behandelingen zijn er vaak ook op gericht om het comfort van de patiënt te verhogen. De terminale fase is het laatste stadium in het ziekteproces, kort voor het levenseinde. Palliatieve zorg in de terminale fase richt zich vooral op comfort, pijn- en symptoomcontrole, maar ook op sociale, psychische en spirituele aspecten.

12. Ik ben heel kwaad omdat ik deze ziekte heb gekregen. Vaak word ik ook zonder zichtbare reden boos en dan vooral op de mensen die ik graag zie. Ik wil hen helemaal niet kwetsen, maar ik heb daar meestal geen controle meer over.

Het is logisch dat mensen hun boosheid tonen aan personen die heel dicht bij hen staan, zoals familie en hechte vrienden. Wanneer men zich kwaad toont, stelt men zich immers heel kwetsbaar op. Dit kan alleen bij mensen die men echt vertrouwt. Het is uiteraard zeer vervelend dat dit net gebeurt bij mensen die je graag ziet, maar het is zeker een normaal proces.

13. Ik ben erg opgelucht dat ik kan starten met de chemo. Dit vind ik eigenlijk wel vreemd, aangezien het toch een zware behandeling is en geen pretje zal zijn. Hoe komt dat?

Wanneer je geconfronteerd wordt met kanker ervaar je een grote onmacht. Het is een ziekte waar je zelf geen vat op hebt en dit kan enorm frustrerend zijn. Aangezien je geen controle kan krijgen op de ziekte zelf, probeer je controle te krijgen over allerlei zaken rond de ziekte. Wanneer een behandeling start, heb je het gevoel dat je eindelijk iets kan ondernemen en dat je actief deelneemt aan het gevecht tegen de ziekte. Ondanks het feit dat dit geen fijne behandeling is, kan het jou daardoor wel een goed gevoel geven.